Deze gemeenschap die de voorkeur kreeg boven de
rest van de gemeenschappen, is een gemeenschap
die enkel en alleen uitnodigt naar het goede
waarnaar Allah (subhaana huwa ta’aala) en Zijn
Profeet (salallahu ‘alaihi wa salam) ook hebben
uitgenodigd, namelijk de 'Tawheed' (éénheid van
Allah) en 'at-Tâ'ah' (het opvolgen van de regels).
Ook raadt deze gemeenschap al datgene af wat de
Profeet (saws heeft afgeraden, zoals 'Koefr' (ongeloof),
'Shirk' (veelgodendienst), zonden en
verdorvenheid. Deze genoemde zaken, namelijk het
verkondigen van het goede en het afraden van het
slechte, zijn ook de zaken die een persoon tot
deze achtenswaardige gemeenschap doen behoren.
Een gemeenschap die door Allah (subhaana huwa
ta’aala) zo is verenigd en waarvan het geloof
en de grondslagen één zijn gemaakt, mag niet
verbrokkelen en onderling in strijd raken. Dit
leidt slecht tot het verzwakken van deze
gemeenschap, waardoor het weer makkelijk wordt
voor haar vijanden om haar te bestoken. En houdt
altijd in jullie gedachte dat onze geloof,
overtuiging en 'Qiblah' één zijn, dus waarom al
deze onenigheden? En luistert naar Allah (subhaana
huwa ta’aala) als Hij (subhaana huwa ta’aala) ons
opdraagt om één gemeenschap te zijn die zich aan
Zijn Boek en Zijn geloof houdt en het ons niet
toestaat om uit elkaar te drijven en uiteen te
vallen.
Allah (subhaana huwa ta’aala) zegt:
"En houdt allen vast aan het koord (geloof) van
Allah en weest niet verdeeld." (Soerah
Âli-'Imrân 3 aya 103)
Daarom zien wij dat Allah (subhaana huwa ta’aala)
en Zijn Profeet (salallahu ‘alaihi wa salam)
de nadruk leggen op alles wat de ééndracht
van deze gemeenschap versterkt en waarschuwen
voor datgene wat deze eendracht schaadt. Zo zien
wij dat Allah (subhaana huwa ta’aala) de moslim
opdraagt om zich rechtvaardig en vriendelijk op
te stellen tegenover zijn broeders. Dat hij
enkel en alleen de waarheid spreekt, zich
onthoudt van alle vulgaire taalgebruik,
liefdadigheid geeft aan de armen en de
behoeftige etc..
Het is zelfs zo dat iedere moslim binnen de
Islaam rechten heeft tegenover de andere, zo
begroet een moslim zijn broeder met de
Islamitische groet. Niest hij, en zegt hij
"Al-hamdoelillah",
dan dient de andere het volgende hierop te
zeggen: "Jarhamoek-Allah",
waarop de eerste weer antwoordt:
"Jahdikoem Allah wa
jaslih bâlakoem."
Ook behoren tot deze rechten het bezoeken van je
zieke broeder en het bijwonen van zijn
begrafenis.
Een moslim moet zijn broeder onvoorwaardelijk
steunen en mag zich niet schuldig maken aan
zaken die een scheiding kunnen veroorzaken
tussen de moslims, zoals roddelen, lasterpraat
en het bespotten van elkaar. Een moslim mag een
moslim zelfs niet met een woord kwetsen, laat
staan dat hij hem slaat.
De Profeet (salallahu ‘alaihi wa salam)
heeft gezegd: "het
uitschelden van een moslim is verdorvenheid, en
hem bestrijden is koefr (ongeloof)"
Ook leert een overlevering ons dat het wijzen
naar je broeder met een ijzeren staaf reden
genoeg is om vervloekt te worden door de engelen.
En wanneer twee moslims elkaar bestrijden met
hun zwaarden, zij beide het Vuur zullen
binnentreden.
Het is juist de bedoeling dat moslims elkaar
liefhebben, elkaar helpen en elkaar datgene
wensen wat zij zichzelf wensen.
De Profeet (salallahu ‘alaihi wa salam)
heeft betreffende dit gezegd:
"De moslim is de
broer van de (andere) moslim. Hij begaat geen
onrecht tegenover hem, overhandigt hem niet (aan
de vijand) en laat hem niet in de steek."