Home
AlgemeenVoor MoslimsVoor Niet-MoslimsVerhalen met een MoraalBekeringsverhalenDe VrouwVraag & AntwoordMediatheekAgendaContact

 

Klik hier  om een printbare
versie te krijgen

 

Het streven naar perfectie in de da’wah (deel 3)

De methodologie van da’wah

De benadering

De manier van preken en onderwijzen met betrekking tot da’wah is geen gemakkelijke opdracht. Het vereist niet alleen een volledige inzet en een Godvrezend karakter, maar ook een aansporende, uitgebreide en systematische aanpak die is gebaseerd op de Qor-aan en de Soennah. Zonder zo’n dergelijke benadering is het succes van het uitnodigen naar de Islaam een ver verwijderde mogelijkheid. 

Redeneren met waarheid

Het eerste principe in het correct benaderen, is dat de daa’ieyah zijn bronnen van redevoering en conclusies beperkt tot het Boek van Allah de Almachtige en de Soennah van Zijn boodschapper (vrede en zegeningen zij met hem). Alle mythes, verdenkingen, bijgeloof en onwaarheden zijn afgewezen ‘bronnen’in de Islaam, want de waarheid kan alleen onderhouden worden met de waarheid. De profeet (vrede en zegeningen zij met hem) heeft ons gewaarschuwd: “Hij die expres een leugen over mij vertelt, zal zijn verblijfplaats in het Hellevuur vinden.“ [1]

De waarheid heeft genoeg echte bewijzen om die overeind te houden. Zelfs als de geadresseerde het accepteert te geloven in valse bewijzen, heeft degene die het heeft overgebracht een grote misdaad begaan in de Islaam. Bovendien, redeneren met onwaarheden verzwakt de waarheid die degene zegt te ondersteunen. Zulke bronnen van onwaarheden bevatten ook de ‘kashf-dimensie’in het soefisme, zelfverzonnen ahadieth, irrationele of ongegronde ideeën om leerstellige concepten en de Bijbel te bewijzen (tenzij de omstandigheden dit rechtvaardigen). 

Allah de Alwijze zegt: “Wie zijn dan onrechtvaardiger dan degenen die een leugen over Allah hebben verzonnen en die Zijn Verzen geloochend hebben? Zij zijn degenen die door hun aandeel in het Boek (Lawh’oel mah’foedh) getroffen worden, totdat wanneer Onze gezanten (de Engelen) tot hen komen die hen wegnemen. Zij zeiden: “Waar is hetgeen dat jullie plachten te aanbidden naast Allah?” Zij zeiden:”Zij zijn van ons weggegaan,”en zij getuigden over zichzelf dat zij ongelovigen waren.” [2]

Progressieve en geleidelijke kennisgeving 

Een ander belangrijk principe en de benadering van de daa’ieyah is gebruik maken van progressieve en geleidelijke ontwikkeling in het preken. Te beginnen met de fundamenten (aqidah=geloofsleer), gevolgd door zijn belangrijkste takken en leringen, algemene morele voorschriften en belangrijke regels met betrekking tot aanbidding. Dit was de Soennah van de profeten (vrede zij met hen) tot het uitnodigen van mensen tot de Islaam. Toen Moe’aadh (moge Allah tevreden met hem zijn) naar Jemen werd gestuurd, kreeg hij de instructie van de profeet (vrede en zegeningen zij met hem)om als eerste de mensen op te roepen tot de geloofsgetuigenis (shahaada). Als ze hem gehoorzaamden, moest hij hen uitleggen dat Allah dagelijks de 5 gebeden voorgeschreven heeft, en als ze hem gehoorzaamden, de verplichting van liefdadigheid (zakaat), en zo verder. [3]

De succesvolle daa’ieyah erkent dat zijn rol niet alleen bestaat uit het overbrengen van de boodschap, maar zich verlengt tot de grenzen van continue Tarbiyah[4] en het opleiden van jonge, enthousiaste generaties gelovigen. Deze rol is cruciaal in de niet-islamitsche omgeving, waar veel onwetende moslims zijn opgegroeid met een oppervlakkige waarneming van de Islaam, of een geringe emotie voor deze religie, die concurreren om blindelings leiding te geven aan moslimorganisaties, alleen om roem of een reputatie te vergaren, leiden tot diepe verdeeldheid en anti-islamitische gebruiken in de gemeenschap. De daa’ieyah moet de zaadjes van goedheid planten in de harten van de moslimjeugd en dan beloven om ze constant progressief op te voeden volgens de wetten van Allah de Almachtige, overeenkomstig de beschrijving van de metgezellen van de profeet in de Indjiel. Allah de Verhevene zegt: “…En hun beschrijving in de Indjiel is als een jonge plant waarvan de loten ontspruiten, waardoor hij sterker wordt. Daarna wordt hij steviger en staat hij recht op zijn wortel. Bij de planters veroorzaakt hij blijdschap. Hij (Allah) wil daarmee de ongelovigen woedend maken…” [5]


[1] Tirmidhi; 232
[2] Soerat Al-A’raaf (7), aayah 37
[3] Zie Boekhaarie; 2/537
[4] Opvoeding
[5] Soerat Al-Fath (48), aayah 29

Volgende

Abu Huraira, moge Allah met hem tevreden zijn, heeft overgeleverd
dat een zwarte man of vrouw,
die de moskee veegde, overleden
was. De Profeet, Allah's zegen en
vrede zij met hem, had naar hem gevraagd. Zij vertelden hem dat hij
was overleden. Toen zei hij:
"Hadden jullie dat maar eerder aan
mij verteld. Kunnen jullie zijn graf
aanwijzen?". Hij kwam bij zijn of haar
graf en verrichtte een gebed.

(De uiteindelijke overlevering door Boekhaarie en Moesliem)
 

No Copyright (C) Al-Ummah.nl