Home
AlgemeenVoor MoslimsVoor Niet-MoslimsVerhalen met een MoraalBekeringsverhalenDe VrouwVraag & AntwoordMediatheekAgendaContact

 

Klik hier  om een printbare
versie te krijgen

 

Het streven naar perfectie in de Da’wah (deel 2)

In het eerste deel van dit artikel hebben we ‘De Sociaal culturele structuur van het westen’ besproken en zijn we geëindigd bij het punt ‘De Daa’ieyah’. Als aanvulling op het artikel dat in het Engelstalige maandblad “Nida’ul Islam” uit 1999 heeft gestaan, hebben wij het volgende artikel toegevoegd, gebaseerd op het artikel “Nederigheid: het morele karakter van de Daa’ieyah, van Sheikh Salman al ‘Awdah. 

Nederigheid is de waarde van jezelf weten om trots te vermijden, waardoor je de waarheid niet negeert en mensen niet onderschat. Zoals de profeet (vrede en zegeningen zij met hem) zei: Al kibr (trots) is het verwerpen van de waarheid en het neer kijken op mensen. [1]

Nederigheid is bestemd voor iemand die belangrijk is en veel betekenend is en degene die vreest om bekendheid te verwerven onder te mensen. We zeggen niet tegen een gewoon persoon: word nederig, maar er wordt tegen hem gezegd: ken de waarde van jezelf en plaats het niet op de verkeerde plek. 

Het is overgeleverd door Khattabi in al-Oezlah, dat imaam Abdoellah ibn al Moebaarak naar Khoeraassaan (in Perzië) kwam en naar een persoon ging die bekend stond voor zijn zoehd [2] en wara’ [3] en toen hij naar binnen ging waar de man was, draaide hij (de man) zich niet om en gaf hem ook helemaal geen aandacht. Toen Abdoellah Ibn al Moebaarak wegging, zeiden een paar mensen die bij de man binnen waren tegen hem: Weet je niet wie dat was?! Hij zei: Nee. Er werd hem verteld: Dit is de Amier van de gelovigen…dit is Abdoellah bin al Moebaarak. De man was verbaasd en ging naar buiten naar Ibn al Moebaarak en verontschuldigde zich snel en vroeg vergeving voor wat er was gebeurd en zei: Oh Aboe Abdarahmaan! Vergeef me en geef me advies! Ibn al Moebaarak zei: Ja… telkens wanneer je uit je huis komt en je iemand ziet, denk dan dat diegene beter is dan jij! Hij wist dat de man zelfingenomen was. Toen Ibn al Moebaarak informeerde naar het beroep van deze man, kwam hij erachter dat hij een zwerver was! [4] Dus deze geleerde imaam merkte op dat deze moetazahid (toegewijde godsdienstig persoon) een soort van arrogantie, verwaandheid en een gevoel van beter zijn dan anderen bezat. 

Deze ziekte ontluikt zich soms bij vrome mensen; dit is waarom hij advies aanbood dat makkelijk voor hem was. Vaak vinden we deze karaktertrek bij enkele van de vrome mensen, als ook bij sommige van de doe’aat [5]. Maar wanneer het de kleine studenten bereikt, die zich slecht gedragen tegenover hun sheikhs, geleerden en leraren, doet dit pijn van binnen! Er is geen bezwaar als je verschilt van mening of oordeel met een geleerde of een daa’ieyah, zolang je gekwalificeerd bent om dat te doen. Er ontstaat echter een probleem wanneer het verschil van mening een vernietigend element wordt van de waardigheid van de geleerde, zijn waarde aantast en hij hierdoor genegeerd en niet gerespecteerd wordt. Dit zou misschien geaccepteerd kunnen worden van de gewone mensen of van mensen van bida (vernieuwing) en misleiding, maar is in geen enkele omstandigheid toegestaan voor Ahloes-Soennah en voor de studenten van islamitische wetenschappen. Natuurlijk worden de scholieren van Ahloes-Soennah wal djamaa’ah in het bijzonder gevraagd om op te roepen tot het goede en dat wat verboden is te verbieden, rekening te houden met de voorname mensen….als ze teleurgesteld zijn in de mensen die het dichtst bij hen zijn, dan wordt er van hen niet verwacht dat ze op dezelfde manier reageren. Dat is wanneer Ahloes-soennah de eer van hun geleerden zullen beschermen en hun waarde kennen en hen omringen, dan zouden ze hun werk kunnen doen om op te roepen voor datgene wat goed is en wat verboden is te verbieden op de juiste manier. Maar wanneer de geleerden teleurgesteld worden door de omringende mensen kan hij niets meer zeggen. Aan de andere kant; hoe teleurstellend is het dat sommige mensen van bida het punt hebben bereikt dat ze hun sheikhs en meesters een soort van heiligheid toekennen en hen blind volgen.

Wanneer we naar de boom van de da’wah kijken, met haar sterke wortels en lange takken, zullen we zien hoe ver haar schaduw reikt, dag na dag. We zullen zien hoe het voortdurend rijpe vruchten draagt. Dag na dag zijn er echter stormen op komst, die trachten de boom te ontwortelen en er zijn tevens ziektes die haar groei en vooruitgang bedreigen.


[1] Moeslim, Tirmidhi en Aboe Dawoed
[2] Zoehd: ascese = levenswijze van een asceet = iemand die uit overtuiging een sober en streng leven leidt
[3] Wara’: vroomheid
[4] Zie voor commentaar van adh Dhahabi in al Mizaan, betreffende Waasil bin Ata’a
[5] Meervoud van daa’ieyah, iemand die de Islaam verkondigd

Volgende

Abu Huraira, moge Allah met hem tevreden zijn, heeft overgeleverd
dat een zwarte man of vrouw,
die de moskee veegde, overleden
was. De Profeet, Allah's zegen en
vrede zij met hem, had naar hem gevraagd. Zij vertelden hem dat hij
was overleden. Toen zei hij:
"Hadden jullie dat maar eerder aan
mij verteld. Kunnen jullie zijn graf
aanwijzen?". Hij kwam bij zijn of haar
graf en verrichtte een gebed.

(De uiteindelijke overlevering door Boekhaarie en Moesliem)
 

No Copyright (C) Al-Ummah.nl