Home
AlgemeenVoor MoslimsVoor Niet-MoslimsVerhalen met een MoraalBekeringsverhalenDe VrouwVraag & AntwoordMediatheekAgendaContact

Klik hier  om een printbare
versie te krijgen

 

De Imam opende het gebed en las een aantal verzen uit de Koran. Op het moment dat hij knielde en ik hem volgde, barstte ik spontaan in tranen uit. Ik kon mij niet inhouden al zou ik het gewild hebben. Dit was de eerste keer in zeven jaar dat ik weer voor Allah stond om het gebed te verrichten. De huilbui deed mij goed. Ik was opgelucht en het voelde alsof alle ongeloof, hypocrisie en verdorvenheid die ik in mij had, samen met de tranen uit mij wegstroomden. Thuis aangekomen, ging ik zitten en wachtte totdat het tijd was om naar mijn werk te gaan. Nog steeds zat ik mij te verwonderen om de reeks gebeurtenissen.

Toen ik op mijn werk kwam, zag ik mijn collega verbaasd en vreemd naar mij kijken. Het was natuurlijk een vreemde gewaarwording voor hem dat ik zo vroeg binnen was, terwijl ik daarvoor door mijn levensstijl vaak ofwel altijd laat was. Hij wilde meteen het fijne ervan weten. Ik vertelde hem wat mij overkwam, waarna hij zei: “Wees Allah dankbaar voor het geven van zo’n dochter die jou aan het denken heeft gezet en wees Hem ook dankbaar voor het niet sterven in de toestand waarin je verkeerde.”

Ik voelde mij na een tijdje werken onwijs vermoeid (ik had namelijk nog steeds niet geslapen) en vroeg om een halve dag vrij te nemen om de rest van de dag uit te rusten. Ik verlangde ook naar het zien van mijn kleine dochter. Ik kon gaan, dus vol goede moed ging ik onderweg naar huis. Ik keek er zo naar uit om mijn dochtertje te spreken, mijn excuses aan te bieden, haar te bedanken en te omhelzen. Er stond mij heel wat anders te wachten.

Toen ik het huis binnenliep, kwam mijn vrouw in paniek en huilend op mij af. Mijn hart begon sneller te bonzen, ik vreesde al het ergste. Ik vroeg angstig wat er aan de hand was en zij overdonderde mij met precies dat ergste waar ik voor vreesde. Ze was dood, mijn vijfjarige bloempje, waar ik sinds de nacht ervoor nog meer van was gaan houden, was overleden. Ik kon het niet geloven. Haar woorden die mij zo diep hadden geraakt waren de laatste die ik van haar gehoord heb. Een onbeschrijfelijk heftige pijn kwam over mij. Ik kon mijzelf niet meer beheersen en tranen begonnen wild te stromen.

Ik besefte mij na een tijdje dat dit een beproeving van Allah was om mijn geloof op de proef te stellen, en wist dat ik mij sterk moest houden. Ik belde mijn collega op en vertelde moeizaam wat er gebeurd was. Toen ik hem vroeg of hij kon komen om mij te helpen met het wassen en begraven van mijn dochter, gaf hij hier meteen gehoor aan. Wij verrichtten het gebed voor haar en droegen haar naar de begraafplaats. Op de begraafplaats zei mijn collega tegen mij: “Het is niet gepast dat een ander dan jij jouw dochter in het graf plaatst.” Ik pakte haar met tranen in mijn ogen en legde haar voorzichtig in het graf terwijl ik dacht; ik ben niet mijn dochter aan het begraven maar het licht dat mij weer naar Allah heeft geleid."

Bron: www.al-yaqeen.com

Vorige Naar het begin

Op gezag van Aboe Hurairah
(moge Allah tevreden met hem
zijn), die zei dat de Boodschapper
van Allah(moge hij de zegeningen
en vrede van Allah krijgen) zei:
“Allah heeft gezegd:

“Ik heb voor Mijn rechtgeschapen
dienaren voorbereid wat geen oog
ooit gezien en geen oor ooit
gehoord heeft, noch is het in het
menselijk hart verschenen.Reciteer
dus, als je wenst: “En geen
enkele ziel weet, welke vreugde er
voor hem verborgen blijft.”

Dit is overgeleverd door Al-Boechari,
Moeslim, at-Tirmidhi en Ibn Maadjah.
 

No Copyright (C) Al-Ummah.nl