

         
Klik
hier
om een printbare
versie te krijgen |
 |
| |
Er waren twee hechte vrienden. De één
was erg slim, spontaan en actief. De ander was erg
naïef, rechtschapen en zwijgzaam. Op een dag gaat de
slimme jongen naar zijn vriend, om te vertellen dat
het slecht gaat met zijn zaken, en wil geld van hem
lenen. Zijn vriend geeft hem al zijn geld. Met dit
geld maakte hij zijn zaken weer in orde. Na een tijd
gaat de slimme jongen weer naar zijn (inmiddels
verloofde) vriend en zegt tegen hem dat hij zijn
verloofde heel leuk vind en wil zelf met haar
trouwen. Zijn vriend
is heel verbaasd, en weet niet wat hij moet zeggen.
Er was echter zo een sterke band tussen de twee
vrienden, dat hij gewoon geen nee kon zeggen, en
geeft zijn verloofde aan zijn vriend. Na een tijd
gaat het slecht met de zaken van de naïeve jongen,
en hij denkt gelijk aan zijn vriend (met de
gedachte: ik heb hem geholpen toen hij het moeilijk
had). Hij gaat naar het bedrijf van zijn vriend en
vraagt om werk.
Zijn vriend geeft hem geen werk. De naïeve jongen
gaat met spijt en verdriet terug, maar is nog steeds
niet boos op zijn vriend. Op een dag komt er op
straat een zieke en oude man naar hem toe. Hij zegt
dat hij geen geld heeft voor medicijnen. De jongen
heeft medelijden en koopt medicijnen voor de oude
man. Korte tijd daarna krijgt hij te horen dat de
oude man overleden is. De oude man blijkt erg rijk
geweest te zijn en schenkt zijn hele erfenis aan de
naïeve jongen. De jongen is nu rijk en koopt een
huis tegenover het bedrijf van zijn vriend. Op een
dag belt er een bedelaarster aan bij de jongen. De
oude vrouw zegt dat ze honger heeft, en wil eten.
De jongen neemt haar zonder te twijfelen naar binnen
en geeft haar te eten. Hij krijgt te horen dat de
vrouw niemand heeft, en hij vertelt dat hij zelf ook
eenzaam is. Hij besluit om haar in zijn huis te
laten wonen, en dat zij in ruil daarvoor het
huishouden doet en eten voor hem maakt. De oude
vrouw accepteert dit gelijk. Op een dag zegt de
vrouw tegen de naïeve jongen dat hij een geschikte
vrouw voor zichzelf moet vinden om mee te trouwen.
De jongen zegt: waar vind ik zo een vrouw? Ik ken
geen geschikte vrouw. De oude vrouw zegt dat zij wel
een geschikte vrouw kent en dat ze hem met haar wil
laten kennismaken. Na de ontmoeting met de vrouw
besluiten de twee te gaan trouwen en de
bruiloftsuitnodigingen worden gedrukt.
De jongen nodigt zijn vriend toch uit, ondanks dat
hij gekwetst is. De dag van de bruiloft breekt aan.
De naïeve man pakt de microfoon omdat hij wat wil
zeggen tegen de gasten. Hij zei: "Ik had ooit een
vriend waar ik veel van hield. Op een dag wilde hij
geld van mij lenen, omdat het slecht ging met zijn
zaken. Ik heb hem al mijn geld gegeven. Ik stond op
het punt om te trouwen, maar hij vertelde dat hij
mijn verloofde zo leuk vond en dat hij zelf met haar
wilde trouwen. Met veel verdriet heb ik haar aan hem
gegeven, omdat wij goede vrienden waren en ik hem
niet wilde teleurstellen.
Toen MIJN zaken slecht gingen, ging ik naar zijn
bedrijf en vroeg om werk. Hij gaf me geen werk. Ik
was
erg verdrietig, maar ik werd niet boos op hem, omdat
we echte vrienden waren." Na de toespraak kan de
andere jongen er niet meer tegen. Hij pakt de
microfoon en begint te praten: "Ik had ook een
vriend waar ik veel van hield. Toen het slecht ging
met mijn zaken vroeg ik geld aan hem en hij gaf al
zijn geld aan mij. Daarna vroeg ik hem om zijn
verloofde, en met veel verdriet gaf hij haar aan
mij. De reden dat ik zelf met haar wilde trouwen,
was omdat ze niet geschikt was voor mijn vriend (ze
was een prostituee). Omdat mijn vriend erg naief is
en niet zou merken dat ze een prostituee was, heb ik
er op deze manier voor gezorgd dat ze niet met
elkaar zouden trouwen. Toen het slecht ging met mijn
zaken, kwam hij naar mij toe en vroeg om werk. Omdat
ik mijn vriend (moreel) niet onder mijn leiding kon
laten werken, heb ik hem geen werk gegeven. De oude
man die hij op een dag tegenkwam was mijn vader. Hij
stond op het punt te sterven. Ik heb hem naar mijn
vriend gestuurd en ik heb gezorgd dat hij die
erfenis kreeg. De bedelaarster
die aan zijn deur kwam was mijn moeder. Ik had haar
gestuurd omdat ik wilde dat er goed voor mijn vriend
gezorgd zou worden. Het meisje waarmee hij nu mee
gaat trouwen is mijn zusje. Ik wilde dat zij met hem
zou trouwen, omdat hij mijn vriend is.
Dus: ook al sluit Allaah de ene poort naar hetgeen
waar je zo van houdt, Hij zal uiteindelijk een
andere poort voor je openen. Als je maar geduld hebt
en op Allaah vertrouwt. Allaah zegt in de Edele
Qur'aan:
“Maar het kan zijn dat jullie afkeer
van iets hebben, terwijl het goed voor jullie is; en
het kan zijn dat jullie van iets houden, terwijl het
slecht voor jullie is.”
(Al-Baqarah: vers 216)
Insha'Allaah zullen jullie hier lering uit trekken
en beter met tegenslagen om kunnen gaan.
Subh'aanaka Allaahumma wa bih'amdiek, ash-hadu allaa
illaaha illaa anta, astaghfieruka wa atuba ilayk.
|
|
|
Naar het
begin |
|

Op gezag van Aboe Hurairah
(moge Allah tevreden met hem
zijn), die zei dat de Boodschapper
van Allah(moge hij de zegeningen
en vrede van Allah krijgen) zei:
“Allah heeft gezegd:
“Ik heb voor Mijn rechtgeschapen
dienaren voorbereid wat geen oog
ooit gezien en geen oor ooit
gehoord heeft, noch is het in het
menselijk hart verschenen.Reciteer
dus, als je wenst: “En geen
enkele ziel weet, welke vreugde er
voor hem verborgen blijft.”
Dit is overgeleverd door Al-Boechari,
Moeslim, at-Tirmidhi en Ibn Maadjah.
|