

         
Klik
hier
om een printbare
versie te krijgen |
 |
| |
Hij
zei: Ik pakte de teugel van de kameel en begon te
lopen en mijn stem te verheffen (om de kameel te
laten lopen),
zij zei: "En wees gematigd in jouw (manier van)
lopen en spreek met een zachte stem." Ik liep daarna
langzamer en sprak poëzie toen waarna ze zei: "En
reciteer de Qor-aan wat gemakkelijk is voor jullie."
Ik zei tegen haar: "U hebt veel goed gekregen."
Toen zei ze: "En niemand laat zich vermanen dan de
bezitters van verstand."
Toen ik wat met haar had gelopen vroeg ik haar:
"Heeft u een echtgenoot?"
Toen zei ze: "O jullie die geloven! Vraagt niet naar
zaken die, indien (ze) jullie uitgelegd worden,
jullie zullen verontrusten." Ik sprak haar daarna
niet meer totdat we haar karavaan hadden bereikt en
zei tegen haar: "Hier is de karavaan, heb je een
naaste hierin?"
Zij zei: "Het bezit en de zonen zijn de versieringen
van het wereldse leven." Ik wist daardoor dat zij
kinderen had bij de Karavaan. Ik zei tegen haar:
"Hebben zij een verantwoordelijkheid gehad tijdens
al-Hadjj?"
Zij zei: "En (Hij maakte) kenmerken, en door de
sterren laten zij zich de weg wijzen." Ik wist
daarmee te weten dat zij de gidsen zijn van de
karavaan en zei haar: "En wie zijn je kinderen?"
Zij zei: "En Allah name Ibrahiem als Khaliel", "En
Allah voerde een gesprek met Moesa", "O Yahya, neem
het Schrift stevig aan".
Ik riep heel hart en zei, O Ibraahiem, O Moesa, O
Yahya!
Toen kwamen er een aantal jonge mannen die als de
maan blonken, toen zij bij hem waren gingen zij
zitten.
Zij zei: "Stuurt dan één van jullie met dit geld van
jullie naar de stad en laat hem zien welk voedsel
het beste is en laat hem daarvan levensvoorziening
voor jullie meenemen." Een van hem was weggegaan om
het eten te halen en had het daarna voor mij gelegd.
Zij zei: "Eet en drinkt smakelijk wegens wat jullie
plachten te verrichten."
Ik zei tegen hen: "Ik zal niets van jullie eten
nemen totdat jullie mij vertellen wat haar verhaal
is!
Zij zeiden: "Zij spreekt sinds 40 jaar nu met niets
anders dan de Qor-aan, uit vrees dat haar tong
misleid wordt waardoor de Toorn van de Barmhartige
op haar zal neerdalen. Ik zei tegen hen: "Dat is de
gunst van Allah die hij schenkt aan wie Hij wil.
En Allah is de Bezitter van de Geweldige Gunst."
|
|
|
Vorige
Naar het
begin |
|

Op gezag van Aboe Hurairah
(moge Allah tevreden met hem
zijn), die zei dat de Boodschapper
van Allah(moge hij de zegeningen
en vrede van Allah krijgen) zei:
“Allah heeft gezegd:
“Ik heb voor Mijn rechtgeschapen
dienaren voorbereid wat geen oog
ooit gezien en geen oor ooit
gehoord heeft, noch is het in het
menselijk hart verschenen.Reciteer
dus, als je wenst: “En geen
enkele ziel weet, welke vreugde er
voor hem verborgen blijft.”
Dit is overgeleverd door Al-Boechari,
Moeslim, at-Tirmidhi en Ibn Maadjah.
|