

         
Klik
hier
om een printbare
versie te krijgen |
 |
| |
Een
gesprek tussen ‘Abdoellah Ibn Al-Moebaarak en een
bejaarde vrouw die op een speciale manier spreekt…
‘Abdoellah Ibn Al-Moebaarak (moge Allah hem genadig
zijn) heeft gezegd: Ik ging op hadj naar het gewijde
Huis van Allah en om het graf van de Profeet (salla
Allahoe ‘alaihi wa salaam) te bezoeken, toen ik op
de terugweg was trof ik iets zwarts aan op de weg,
ik keek er goed naar en het bleek dat het een
bejaarde vrouw was die een bovenkleed van wol droeg,
en een kleed van wol die haar boezem bedekte.
Ik zei toen tegen haar:
Assalaamoe ‘alaykoem wa rahmatoellahi wa barakaatoeh,
toen antwoordde zij, zeggend: "Salaam!" Een Woord
van een Meester Barmhartige Heer."
Ik zei tgen haar: Moge Allah je genadig zijn, wat
doe je op deze plaats?
Zij zei: "En wie door Allah tot dwaling gebracht
wordt: voor hem is er geen leider." Toen wist ik dat
zij de weg kwijt was.
Ik zei tegen haar: waar ga je naartoe?
Zij zei: "Glorieus is Degene Die ‘s nachts Zijn
dienaar (Mohammed) van de Masdjied al-Haraam naar
al-Masdjied al-Aqsa heeft gebracht."
Toen wist ik dat zij de haddj had volbracht en dat
zij naar de Bayt al-Maqdis wilde gaan.
Ik zei tegen haar: Ik heb wat eten bij me, heb je
behoefte om iets te nuttigen? Zij zei: "Maakt daarna
het vasten volledig tot zonsondergang." Ik zei toen
tegen haar: het is geen Ramadhaan!
Zij zei: "Maar degene die vrijwillig meer (dan
verplicht is) verricht: dat is beter voor hem." Ik
zei tegen haar: "Het is ons toegestaan om niet te
vasten tijdens een reis!"
Zij zei: "En dat jullie vasten is beter voor jullie,
als jullie dat maar weten."
Ik zei tegen haar: "Waarom praat u niet tegen mij
zoals ik u aanspreek?"
Zij zei: "Er is geen woord dat hij uit, of aan zijn
zijde bevindt zich een waker die gereed is." Ik zei
tegen haar: Tot welke mensen behoor je?
Zij zei: "En volgt niet dat waarover je geen kennis
hebt.
Voorwaar, het gehoor en het gezichtsvermogen en de
harten: die zullen allen erover ondervraagd worden."
Ik zei tegen haar: "Ik heb een fout tegenover u
begaan, vergeef mij.
Zij zei: "Hij zei: ‘Er is voor jullie geen verwijt
op deze.
Hopelijk vergeeft Allah jullie, en Hij is de Meest
Barmhartige der Erbarmers."
Ik zei tegen haar: "Zal ik u dragen boven op mijn
vrouwelijke kameel, zodat u uw karavaan inhaalt?"
Zij zei: "En wat jullie aan goeds doen: Allah kent
het."
Aboellah ibn Al-Moebaarak zei: "Ik liet mijn kameel
zakken zodat zij het kon bestijgen, toen zei ze:
"Zeg tegen de gelovige mannen dat zij hun ogen
neerslaan." Toen had ik mijn ogen neergeslagen om
niet naar haar te kijken en liet haar de kameel
bestijgen, toen zij de kameel wilde bestijgen stond
hij op waardoor de vrouw viel.
Toen zei ze: "En er treft jullie geen ramp, of het
is vanwege wat jullie handen hebben verricht."
Ik zei tegen haar: "Heb geduld tot ik haar
vasthoud!"
Zij zei: "En Wij deden Soelaymaan (de zaak)
begrijpen."
Zij besteeg de kameel en toen ze volledig erop zat
zei ze:
"Glorieus is Degene Die dit voor ons dienstbaar
heeft gemaakt, en wij hebben er geen macht over."
|
|
|
Volgende |
|

Op gezag van Aboe Hurairah
(moge Allah tevreden met hem
zijn), die zei dat de Boodschapper
van Allah(moge hij de zegeningen
en vrede van Allah krijgen) zei:
“Allah heeft gezegd:
“Ik heb voor Mijn rechtgeschapen
dienaren voorbereid wat geen oog
ooit gezien en geen oor ooit
gehoord heeft, noch is het in het
menselijk hart verschenen.Reciteer
dus, als je wenst: “En geen
enkele ziel weet, welke vreugde er
voor hem verborgen blijft.”
Dit is overgeleverd door Al-Boechari,
Moeslim, at-Tirmidhi en Ibn Maadjah.
|