Home
AlgemeenVoor MoslimsVoor Niet-MoslimsVerhalen met een MoraalBekeringsverhalenDe VrouwVraag & AntwoordMediatheekAgendaContact

Klik hier  om een printbare
versie te krijgen

 

Vele jaren geleden, gedurende het tijdperk van de Tâbi´ien -de generatie moslims van na de sahâbah (metgezellen)-, behoorde Bagdad tot de voornaamste steden van de islam. Feitelijk was het de hoofdstad van het islamitische rijk en vanwege het grote aantal geleerden dat daar resideerde, was Bagdad het centrum van islamitische kennis.

Op een dag zond de toenmalige heerser van Rome een afgezant naar Bagdad met drie tartende vragen voor de moslims. Toen de boodschapper bij de stad aankwam, bracht hij de kalief op de hoogte dat hij drie vragen bij zich droeg waarmee hij de moslims uit moest dagen.

De kalief ontbood alle geleerden van de stad in zijn paleis en de Romeinse boodschapper klom er op een hoog podium en zei: “Ik ben gekomen met drie vragen. Als u ze beantwoordt, dan zal ik weg gaan, voor u een grote hoeveelheid rijkdom achterlatend die ik met me mee heb
gebracht van de keizer van Rome. Wat de vragen betreft, dat zijn: “Wat was er voordat God er was?” “Tot welke richting wendt God zich?” “Waar is God op dit moment mee bezig?””.

De grote groep mensen was muisstil (Zou u een antwoord kunnen bedenken op deze vragen?) Temidden van deze schare van briljante geleerden en studenten stond er een man toe te kijken met zijn zoontje. “Oh mijn beste vader! Ik zal hem beantwoorden en hem het zwijgen opleggen!”, zei de jongen. Dus vroeg de jongen toestemming aan de kalief om op de vragen in te gaan. Zijn verzoek werd ingewilligd.

Volgende

Op gezag van Aboe Hurairah
(moge Allah tevreden met hem
zijn), die zei dat de Boodschapper
van Allah(moge hij de zegeningen
en vrede van Allah krijgen) zei:
“Allah heeft gezegd:

“Ik heb voor Mijn rechtgeschapen
dienaren voorbereid wat geen oog
ooit gezien en geen oor ooit
gehoord heeft, noch is het in het
menselijk hart verschenen.Reciteer
dus, als je wenst: “En geen
enkele ziel weet, welke vreugde er
voor hem verborgen blijft.”

Dit is overgeleverd door Al-Boechari,
Moeslim, at-Tirmidhi en Ibn Maadjah.
 

No Copyright (C) Al-Ummah.nl