Geen ziel weet wat voor haar verborgen wordt gehouden
aan zaligheid als beloning voor wat zij plachten te
doen. (Soerat al-Sadjdah:17)
Wat ik probeer te zeggen is dat de gunsten van het
Paradijs niet beperkt zijn tot die zaken waar jij naar
verwijst in jouw vraag. Zij zijn veel ruimer dan dat.
Jij zegt dat toetreding tot het Paradijs slechts wordt
verleend aan hen die acht slaan op bepaalde verboden, en
dat zij deze verboden zaken dan als beloning zullen
krijgen in het Paradijs. Deze generalisatie klopt
absoluut niet. De Islam is een religie die geboden
oplegt, en niet slechts verboden. Bevrijding kan slechts
bereikt worden door het uitvoeren van geboden, niet door
slechts de verboden zaken te mijden. Verder is niet elk
genot in het Paradijs hier op aarde verboden. Sommige
van de geneugten van het Paradijs zijn voor de gelovigen
reeds aanwezig in dit leven. Zoals het huwelijk, maar
ook aangename vruchten zoals granaatappels, vijgen enz.
Al deze zaken zijn ook toegestaan in dit leven en
behoren tot de geneugten van het Paradijs.
De slechte eigenschappen van zaken die verboden zijn in
dit leven, zullen niet aanwezig zijn bij hun hemelse
variant. Bijvoorbeeld de wijn van het Paradijs, zoals
Allah ons vertelt, bezorgt deze geen kater of
dronkenschap. Allah zegt in de Koran wat als volgt
vertaald kan worden
“(Deze
drank) veroorzaakt geen dronkenschap en zij krijgen
er geen hoofdpijn (kater etc.) van.” (Soerat
as-Saafaat: 47)
Het benevelt de geestestoestand van de mens niet, dit in
tegenstelling tot de wereldse variant. Het punt dat ik
wil maken is dat de geneugten van het Paradijs niet
slechts bestaan uit zaken die in dit leven verboden
zijn.
De gedachte dat het Paradijs gegarandeerd wordt en dat
een leven zonder deze garantie ondraaglijk en
verschrikkelijk zou zijn, is een misvatting en leidt tot
datgene wat jijzelf beschrijft. Als jij zegt dat elke
persoon bij voorbaat de garantie heeft op het
binnentreden van het Paradijs, dan zou dit desastreus
zijn omdat iedereen dan maar gewoon verboden zaken zou
verrichten en zich tegelijkertijd veilig waant door deze
garantie. Veel van de misdaden die zijn begaan door de
Joden en Christenen gebeurden op basis van deze garantie
en vergeving die in het vooruitzicht werd gesteld door
hun priesters. Allah zegt over hen in de Koran wat als
volgt vertaald kan worden
:
“En zij zeiden: ,,Niemand zal het Paradijs binnentreden
behalve wie Jood of Christen is.” Dit is wat zij wensen.
Zeg: “Brengt jullie bewijs voort indien jullie de
waarheid spreken.”
(Soerat al-Baqarah: 111)
Voor ons moslims is het Paradijs niet een kwestie van
onze eigen begeerte of die van anderen. Allah zegt:
Allah wat als volgt vertaald kan worden:
“Het zal niet in overeenstemming zijn met wat jullie
wensen of wat de mensen van het Boek wensen. Wie slecht
doet zal de beloning hiervoor vinden en hij zal buitenAllah
geen Beschermer noch Helper vinden.” (Soerat
an-Nisaa’: 123)