Ibn Qayyim Al-Jawziyyah's
(691H - 751H) 'Qasidah Nuniyyah'
(Beschrijving van Jennah)
Gereciteerd door Abdul Aziz Al-Matrafy
Qasidah Nuniyyah, in het Arabischi voor:
'Een gedicht, met alle
verzen die eindigen met een Noun'
Er zullen gouden schalen en
bekers worden rondgereikt en er zal daarin alles zijn wat de zielen
zich wensen en waar de ogen van genieten. En gij zult daarin
vertoeven. Dit is de Tuin, die u is gegeven (als beloning) voor
hetgeen gij deedt. Er is daarin een overvloed van fruit voor u
waarvan gij kunt eten." (Koraan, 43: 71-73)
Abu Hoeraira vertelde dat de boodschapper
van Allah (vzmh) zei: “Allah zei: Ik heb (in het Paradijs) voor Mijn goede
dienaren voorbereid, wat geen oog heeft gezien, wat geen oor heeft
gehoord en wat geen mensenhart heeft waargenomen.”
Maar niemand weet welke
verkwikking der ogen voor hen verborgen is gehouden als beloning
voor wat zij hebben gedaan. (Koraan, 32: 17)
Dit is super voor degenen
die over het Arabische taal beheersen.
Op gezag van Aboe Hurairah
(moge Allah tevreden met hem zijn) van de Profeet (moge hij de zegeningen en
vrede van Allah krijgen), die zei:
“Een man had grote zonden tegen zichzelf begaan, en toen de dood naderde,
beval hij zijn zoons: “Als ik overleden ben, verbrand mij, vermaal
mij dan en strooi (mijn as) in de zee, want, bij Allah, als mijn Heer mij te
pakken krijgt, dan zal Hij mij op zo'n manier straffen als Hij niemand
anders heeft gestraft.”
Dit deden zij met hem. Toen zei Hij
(Allah) tegen de aarde: “Breng voort
wat je hebt genomen – en daar was hij! En Hij (Allah) zei tegen hem: “Wat
heeft jou ingegeven om te doen wat je deed?” Hij zei: “Angst voor U, O mijn
Heer
(of hij zei: “Ik was bang voor U)
en om deze reden vergaf Hij hem.
Dit is overgeleverd door Moeslim (ook
door Al-Boechari, an-Nasa'i en
Ibn Maadjah).